1926–2024
Garabed Aprikian, beter bekend als Garbis Aprikian, werd geboren op 6 oktober 1926 in Alexandrië, Egypte. Hij groeide op binnen de Armeense gemeenschap en kreeg zijn eerste opleiding aan de Armeense nationale school Boghossian en later aan het American College.
Al op jonge leeftijd begon hij met muziek. Vanaf zijn tiende kreeg hij pianolessen van maestro Frapicini, een leerling van Pietro Mascagni. Daarna volgden harmonie, contrapunt en fuga. Die combinatie van Armeense muzikale wortels en westerse compositietechniek zou later kenmerkend worden voor zijn werk.
In 1948 richtte hij in Alexandrië het gemengde koor Hamazkaine op, waarmee hij concerten gaf in Alexandrië en Caïro. Het succes daarvan leidde tot een beurs van de vereniging Houssaper, waardoor hij zijn studie in Europa kon voortzetten.
In 1953 kwam Aprikian naar Parijs. Daar studeerde hij compositie en orkestdirectie aan de École normale de musique bij onder anderen Simone Plé-Caussade, Tony Aubin en Jean Fournet. Daarnaast volgde hij aan het Conservatoire national supérieur de musique lessen muzikale esthetiek bij Olivier Messiaen.
In Parijs werd hij gevraagd om Kourkène Alemshah op te volgen als dirigent van het Armeens gemengd koor Sipan-Komitas. Vanaf dat moment raakten zijn leven, zijn werk en dit koor nauw met elkaar verbonden. Gedurende tientallen jaren leidde hij het koor en bracht hij Armeense koormuziek onder de aandacht in Frankrijk en daarbuiten.
Met Sipan-Komitas trad hij op tijdens festivals in onder meer Avignon, Sénanque, Rennes, Cannes, Venetië en Parijs. Ook gaf hij concerten in Brussel, Genève, Bazel, Zürich, München, Amsterdam en Venetië. In 1991 werd hij voor het eerst door de Armeense autoriteiten uitgenodigd naar Jerevan, waar hij eigen werk uitvoerde naast muziek van componisten uit de Armeense diaspora.
Voor het koor componeerde en harmoniseerde Aprikian volksmelodieën, patriottische liederen, religieuze muziek en wereldlijk repertoire. Zijn oeuvre omvat meer dan tweehonderd werken. Een van zijn belangrijkste composities is La Naissance de David de Sassoun, een oratorium voor soli, twee koren en orkest, dat in 1994 in Parijs in première ging. In 2001 dirigeerde hij dit werk in de Basilique Notre-Dame in Montréal.
Zijn laatste grote werk was Apegha’n / Aphegha’n, een lyrisch drama in één akte, gebaseerd op materiaal van Parsegh Ganantchian, dat Aprikian bewerkte, orkestreerde en voltooide.
Op 13 maart 2009 nam hij tijdens een afscheidsconcert in de kerk Saint-Vincent-de-Paul in Parijs afscheid als dirigent van de Chorale Sipan-Komitas en droeg hij de dirigeerstok over aan Haïk Sarkissian.
Garbis Aprikian overleed op 15 oktober 2024 in Malakoff, Hauts-de-Seine, op 98-jarige leeftijd. Hij werd begraven op Père-Lachaise, divisie 81.
Hij werd onderscheiden als chevalier in de Ordre des Arts et des Lettres in 2004 en later bevorderd tot commandeur.
Garbis Aprikian kan worden gezien als een bruggenbouwer tussen Armeense herinnering en Europese muziektechniek. Zijn werk verbond koortraditie, diaspora, volksmelodie en klassieke scholing tot een muzikaal levenswerk waarin de Armeense stem bleef klinken.