De tekenaar die bleef lachen, zelfs tegenover de dood
Bernard Verlhac, geboren in Parijs in 1957, kreeg al jong de bijnaam Tignous, wat zoveel betekent als “kwastje” of “pluisje”. Het paste wonderlijk goed bij hem: een man die altijd met een potlood in de hand stond, en die met een paar snelle lijnen de wereld wist neer te zetten.
Tignous begon zijn loopbaan als illustrator in de jaren tachtig. Hij werkte voor bladen als L’Humanité, La Croix en vooral Charlie Hebdo, waar hij zich ontwikkelde tot een van de scherpste cartoonisten van zijn generatie. Zijn tekeningen waren vaak brutaal, maar nooit zonder warmte. Hij richtte zijn pijlen op hypocrisie, op macht, en vooral op onrecht. Politici, religieuze leiders en bankiers – niemand werd gespaard, maar altijd met een glimlach en een zekere menselijkheid.
Zijn stijl was onmiddellijk herkenbaar: losse, levendige lijnen, personages die soms grotesk maar altijd herkenbaar waren. Hij had een gave om de absurditeit van het dagelijkse leven bloot te leggen. Naast zijn werk voor kranten en tijdschriften illustreerde hij ook kinderboeken en publiceerde albums waarin hij maatschappelijke thema’s aan de kaak stelde, zoals gevangenissen, politiek of het milieu.
Maar Tignous was meer dan alleen een tekenaar. Hij was een vriend, een kameraad, iemand die volgens velen “de lach van Charlie” belichaamde. Hij hield van muziek, van gezelligheid, en had een bijna kinderlijke nieuwsgierigheid naar de wereld.
Op 7 januari 2015 zat hij, zoals zo vaak, in de redactievergadering van Charlie Hebdo. Samen met zijn collega’s – onder wie Charb, Cabu, Wolinski en Honoré – werd hij slachtoffer van de terreuraanslag die het tijdschrift trof. Hij werd 57 jaar oud.
Zijn dood maakte hem tot een symbool, maar zijn tekeningen blijven leven: luchtig en tegelijk scherp, grappig en soms pijnlijk confronterend. In zijn werk hoor je de echo van zijn credo: dat je altijd mag lachen, ook om de machtigen, en dat humor soms het krachtigste wapen is dat een mens bezit.