Karin Trow werd geboren in 1935 in een tijdperk waarin Europa voorzichtig herstelde van een wereldoorlog, en waarin vrouwen zich langzaamaan meer maatschappelijke ruimte begonnen toe te eigenen. Haar leven viel grotendeels samen met de culturele omwentelingen van de twintigste eeuw – van naoorlogse wederopbouw tot de vrijgevochten jaren zestig en de vergrijzing van de jaren negentig.
Karin was een vrouw van stilte en stijl. In het dagelijks leven werkte ze vermoedelijk in een artistieke of ondersteunende rol – wellicht als redacteur, vertaler, secretaresse of muzikale begeleider – zoals zoveel vrouwen wier werk onzichtbaar maar onmisbaar was.
Ze behoorde tot een generatie vrouwen die niet altijd de schijnwerpers zocht, maar wier aanwezigheid voelbaar bleef in brieven, manuscripten, archieven en herinneringen. Haar graf op het Cimetière du Père-Lachaise, tussen zoveel namen van dichters, zangers en componisten, vertelt een subtiel verhaal: dat van iemand die erbij hoorde, ook als haar naam geen groot publiek bereikte.
Karin Trow overleed in 2002, 67 jaar oud. Ze liet geen groot publiek oeuvre na, maar mogelijk wel een kring van mensen voor wie haar bestaan van betekenis was. Haar graf herinnert aan een generatie vrouwen die niet alleen leefden in de schaduw van anderen, maar daar ook zelfbewust een eigen plaats vonden.