Roland Alexis Manuel Levy, beter bekend als Roland-Manuel, werd geboren op 22 maart 1891 in Parijs, in een familie van Belgische afkomst en van Joodse religie. Hij studeerde compositie bij Vincent d’Indy en Albert Roussel.
In 1911 werd hij door zijn vriend Erik Satie voorgesteld aan Maurice Ravel, bij wie hij leerling werd, en met wie hij een diepe vriendschap ontwikkelde. Ravel werd zijn mentor en Roland-Manuel werd later zijn biograaf. In 1947 werd hij benoemd tot professor in muzikale esthetiek aan het Conservatorium van Parijs, waar hij lesgaf tot 1961. Een van zijn leerlingen was de componist en organist André Jorrand. Gedurende deze periode droeg hij veel bij aan de muziektheorie en werd hij gewaardeerd als een eclectische en gerespecteerde muziekcriticus.
Roland-Manuel werkte samen met Igor Stravinsky aan de totstandkoming van diens theoretisch werk Poétique musicale(1939). Als componist legde hij zich vooral toe op opera's en filmmuziek, waarbij hij muziek schreef voor onder andere de films van Jean Grémillon.
Politiek was hij vanaf de tijd van het Front Populaire actief, en onder de bezetting was hij de "drijvende kracht" achter het Front national de la Résistance des musiciens. Hij werkte mee aan het geheime tijdschrift Le Musicien d’Aujourd’hui, dat van 1942 tot 1944 werd verspreid in de orkesten.
Van 1944 tot 1961 was hij de producer van het beroemde radioprogramma Plaisir de la musique, samen met de pianiste Nadia Tagrine. Hij was ook lid van het bestuur van de Association du Foyer de l’Abbaye de Royaumont.
Hij was de vader van Claude Roland-Manuel (1922-2005), de dedicatorius van de Berceuse sur le nom de Gabriel Faurévan Maurice Ravel, en een man van de radio, producer van de uitzending Accord Parfait en schrijver van filosofische werken.
Roland-Manuel overleed op 1 november 1966 in Parijs.
Isabelle et Pantalon, opera bouffe in twee bedrijven (1922)
Le Diable amoureux, opera bouffe (1929)
Drie balletten, een oratorium, een pianoconcerto, kamermuziek, liederen en harmonisaties van oude thema's, zoals het beroemde Gentil Gallans de France, gearrangeerd voor drie stemmen.
La Petite Lise van Jean Grémillon (1930)
Le Rêve van Jacques de Baroncelli (1931)
L’Ami Fritz van Jacques de Baroncelli (1933)
Roi de Camargue van Jacques de Baroncelli (1934)
Crainquebille van Jacques de Baroncelli (1934)
La Bandera van Julien Duvivier (1935)
Les Jumeaux de Brighton van Claude Heymann (1936)
L’Étrange Monsieur Victor van Jean Grémillon (1938)
Remorques van Jean Grémillon (1941)
Les Inconnus dans la maison van Henri Decoin (1942)
L’École de Barbizon van Marco de Gastybe (kort film) (1943)
Lumière d’été van Jean Grémillon (1943)
Lucrèce van Léo Joannon (1943)
Le ciel est à vous van Jean Grémillon (1944)