1927–2024
Martial Solal was pianist, componist, arrangeur en orkestleider. Hij werd geboren op 23 augustus 1927 in Algiers, toen nog Frans Algerije, in een niet-praktiserend Joods gezin. Zijn vader was accountant. De eerste beginselen van het pianospel leerde hij van zijn moeder, een amateur-operazangeres.
Zijn talent voor improvisatie bleek al vroeg. Op tienjarige leeftijd veranderde hij tijdens een auditie zonder aarzeling de volgorde van passages uit een rapsodie van Liszt, zonder dat iemand het merkte.
Als adolescent ontdekte hij de jazz en vooral de vrijheid die deze muziek bood. Dat gebeurde via Lucky Starway, saxofonist en leider van een plaatselijk orkest in Algiers. Starway liet hem kennismaken met de muziek van Louis Armstrong, Fats Waller, Teddy Wilson en Benny Goodman. Solal volgde twee jaar lessen bij hem en werd daarna door Starway in diens orkest opgenomen.
Vanaf 1942 werden in de Franse koloniën de anti-Joodse wetten van het Vichy-regime toegepast. Omdat hij daardoor niet meer naar school mocht, wijdde hij zich volledig aan de muziek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde hij, terwijl hij zijn militaire dienst in Marokko vervulde, in de messes van Amerikaanse soldaten.
In 1945 werd hij beroepsmusicus. Omdat de mogelijkheden voor een jazzpianist in Algiers beperkt waren, vertrok hij in 1950 naar Parijs. Hij was 22 jaar en kende er niemand. Na enkele weken speelde hij al in verschillende jazzorkesten, onder meer die van Noël Chiboust en Aimé Barelli. Om in zijn onderhoud te voorzien moest hij daarnaast ook tango’s, java’s, paso dobles en walsen spelen.
Daarna kwam hij terecht in de omgeving van de Club Saint-Germain, destijds een van de belangrijkste jazzclubs van Parijs. Vanaf 1952 speelde hij daar regelmatig en werd hij er gedurende ongeveer tien jaar de vaste pianist. Soms wisselde hij dit af met optredens in de Blue Note, een andere belangrijke Parijse jazzclub.
In de Club Saint-Germain begeleidde hij, samen met drummer Kenny Clarke en bassist Pierre Michelot, Amerikaanse musici die in Parijs optraden, onder wie Don Byas, Lucky Thompson, Clifford Brown, Dizzy Gillespie, Stan Getz en Sonny Rollins. Ook ontmoette hij daar musici als André Previn, Erroll Garner en John Lewis.
In november 1954 begeleidde hij het orkest van Aimé Barelli tijdens een tournee door Frankrijk en Noord-Afrika. Daarna vormde hij een kwartet met Roger Guérin op trompet, Paul Rovère op contrabas en Daniel Humair op drums. Tegelijkertijd trad hij ook solo op, in een stijl die mede geïnspireerd was door Art Tatum.
Kort daarna maakte hij zijn eerste trio-opnamen. Vanaf 1955 begeleidde hij saxofonist Lucky Thompson, met wie hij verschillende platen opnam en op televisie verscheen. Ook speelde hij met Chet Baker.
In 1956 begon hij met Sidney Bechet op te nemen. Zijn eerste opname met Kenny Clarke werd in enkele uren gemaakt, vrijwel uitsluitend met eerste takes. In hetzelfde jaar nam hij met Billy Byers de albums Jazz on the Left Bank en Réunion à Paris op. Ook begon hij toen solo-opnamen te maken.
Ondanks zijn groeiende bekendheid waren de inkomsten uit platenverkoop en concerten nog onvoldoende. Daarom nam hij in 1956 enkele commerciële platen op onder de naam “Jo Jaguar”. Daarop speelde hij populaire melodieën van onder anderen Gilbert Bécaud, Jo Privat en Édith Piaf.
In datzelfde jaar richtte hij zijn eerste bigband op, die werd geprezen door zijn vriend, componist André Hodeir. In 1958 begon hij aan de ambitieuze Suite en ré bémol pour quartette de jazz. Dit werk werd uitgevoerd in de Club Saint-Germain, met Roger Guérin op trompet, Paul Rovère op contrabas en Daniel Humair op drums.
In 1959 componeerde hij zijn eerste filmmuziek voor Deux Hommes dans Manhattan van Jean-Pierre Melville. Tussen 1959 en 1963 begeleidde hij met zijn orkest ook Franse zangers en artiesten als Line Renaud, Jean Poiret en Dick Rivers.
Solal beperkte zich niet tot de jazzscene. Hij schreef ook talrijke symfonische werken, uitgevoerd door onder meer het Nouvel Orchestre Philharmonique, het Orchestre National de France en het Orchestre de Poitou-Charentes. Daarnaast componeerde hij meerdere filmmuzieken, onder andere voor Jean-Luc Godard, met À bout de souffle, en voor Jean-Pierre Melville, met Léon Morin, prêtre.
Martial Solal overleed op 12 december 2024, tijdens zijn overbrenging van Chatou, waar hij woonde, naar het ziekenhuis van Versailles.
Als eerbetoon aan zijn betekenis voor de jazz werd van 1988 tot 2010 het prestigieuze internationale pianoconcours Concours de piano jazz Martial Solal georganiseerd.
Martial Solal kan worden gezien als een van de grote Europese jazzmusici van de twintigste eeuw: een pianist met een uitzonderlijk improvisatievermogen, maar ook een componist en denker die jazz, klassieke vorm, film en orkestrale taal met elkaar wist te verbinden.
Luistertip: À bout de souffle, de soundtrack die Martial Solal componeerde voor de film van Jean-Luc Godard.