Er zijn kunstenaars die een instrument bespelen, en er zijn kunstenaars die een hele taal herscheppen. Marcel Marceaubehoorde tot die laatste categorie. Zonder een enkel woord wist hij de hele wereld te laten luisteren.
Marcel Mangel werd in 1923 geboren in Straatsburg, in een Joodse familie. Zijn jeugd liep dwars door de turbulentie van de Tweede Wereldoorlog. Toen de nazi’s Frankrijk binnenvielen, vluchtte het gezin. Zijn vader werd gedeporteerd naar Auschwitz en keerde niet terug.
Marcel zelf sloot zich aan bij het verzet. Hij veranderde zijn naam in Marceau – naar generaal François Séverin Marceau uit de Franse Revolutie – om minder herkenbaar te zijn. Met zijn jeugdig uiterlijk en mimetalent hielp hij kinderen de Zwitserse grens over, soms vermomd als scout, vaak met niets meer dan overtuigingskracht en stilte. Zijn mime redde levens, nog voordat het theater hem riep.
Na de oorlog besloot Marceau zijn leven aan de kunst te wijden. Hij werd leerling van de grote mimeleraren Charles Dullin en Étienne Decroux. Al snel creëerde hij zijn beroemdste alter ego: Bip, de clown met wit geschminkt gezicht, een versleten hoge hoed met een scheef hangende bloem.
Bip was een figuur waarin iedereen zichzelf kon herkennen: naïef, dromerig, struikelend, maar altijd hoopvol. In hem liet Marceau de absurditeit en schoonheid van het menselijk bestaan zien.
Marceau’s kunst was universeel. Hij hoefde geen woorden te gebruiken – zijn publiek begreep hem overal: in Parijs, New York, Tokio of Buenos Aires.
Met een paar bewegingen bouwde hij onzichtbare muren, worstelde hij tegen stormwinden, of liet hij een vlinder uit zijn handen wegvliegen. Het was poëzie in beweging, een spiegel van de ziel.
En ja, de beroemde “moonwalk” – de achterwaartse glijdende pas – was al te zien bij Marceau’s voorstellingen, decennia voordat Michael Jackson hem beroemd maakte. Waar Jackson er een popicoon van maakte, gebruikte Marceau het als magische illusie: een mens die tegen de logica van de zwaartekracht in beweegt.
Gedurende zijn carrière trad Marceau op in meer dan zestig landen. Hij kreeg onderscheidingen van regeringen en presidenten, speelde in films en richtte een mimeschool op in Parijs, waar hij nieuwe generaties het vak leerde.
Maar bovenal bleef hij trouw aan de eenvoud van zijn kunst: stilte, beweging, menselijkheid.
Toen hij in 2007 overleed, herdacht Frankrijk hem als een nationale schat. Zijn graf op Père Lachaise is eenvoudig, maar zijn erfenis is immens: de herinnering aan een man die ons leerde dat stilte vaak luider klinkt dan woorden.
Marcel Marceau was niet zomaar een artiest. Hij was een dichter in beweging, een man die de taal van de stilte sprak en die met een enkele handbeweging meer zei dan een redevoering van een politicus.
Zijn personage Bip leeft voort, ergens tussen lach en traan, en herinnert ons eraan hoe kwetsbaar én hoe mooi de mens kan zijn.